Wanneer komt spoor 2 in beeld?
Voor veel werkgevers en medewerkers voelt spoor 2 als een zware stap: re-integratie richten op werk bij een andere werkgever. Toch is het een normaal onderdeel van het re-integratieproces, met een duidelijke plek in de Wet verbetering poortwachter.
Het formele moment
Rond de eerstejaarsevaluatie, na ongeveer een jaar verzuim, moet de balans worden opgemaakt. Is er dan geen concreet perspectief op structurele terugkeer in passend werk binnen de eigen organisatie, dan hoort een spoor 2-traject te starten: uiterlijk binnen zes weken na die evaluatie. Wie die termijn zonder onderbouwing laat verstrijken, loopt een bovengemiddeld risico op een loonsanctie bij de latere WIA-beoordeling.
Wanneer spoor 2 achterwege mag blijven
Er is één duidelijke uitzondering: als structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie binnen ongeveer drie maanden een reële optie is. Dan mag u zich op spoor 1 blijven richten. Het woord dat telt is reëel: een verwachting die op de belastbaarheid en op een concrete plek berust, niet op hoop. Blijkt de hervatting toch niet door te gaan, dan is de tijd wel verstreken, en die krijgt u niet terug.
Eerder starten kan ook
Spoor 2 hoeft niet te wachten tot het einde van het eerste jaar. Is al eerder duidelijk dat terugkeer binnen de organisatie niet reëel is, bijvoorbeeld omdat passend werk aantoonbaar ontbreekt, dan is een eerdere start juist verstandig. Dat vergroot de kansen van de medewerker op de arbeidsmarkt en voorkomt verloren tijd in het dossier.
Spoor 1 stopt niet automatisch
Een veelgemaakte vergissing: spoor 2 starten betekent niet dat spoor 1 wordt afgesloten. Zolang er binnen de eigen organisatie nog reële mogelijkheden kunnen ontstaan, lopen beide sporen naast elkaar. Pas wanneer onderbouwd vaststaat dat spoor 1 niets meer kan opleveren, verschuift het zwaartepunt volledig. Wie spoor 1 te vroeg sluit, geeft een kans weg én verzwakt het dossier.
Wat een spoor 2-traject inhoudt
Een spoor 2-traject wordt meestal uitgevoerd door een gespecialiseerd re-integratiebureau. In de kern bestaat het uit drie onderdelen: in beeld brengen wat de medewerker kan en wil, dat vertalen naar een reëel zoekprofiel, en vervolgens gericht bemiddelen en begeleiden richting ander werk. Denk aan loopbaanoriëntatie, sollicitatiebegeleiding, netwerken, proefplaatsingen en soms een korte scholing.
Wat het níet is: een sollicitatiecursus die los van het dossier staat. Het traject hoort te vertrekken vanuit de vastgestelde belastbaarheid. Zonder scherp beeld daarvan wordt er gezocht op functies die de medewerker niet aankan, en dat kost maanden.
Wanneer is spoor 2 adequaat?
UWV kijkt bij de RIV-toets niet alleen of er een traject líep, maar of het passend was. Vier punten wegen daarbij zwaar:
- Aansluiting op de functionele mogelijkheden. Het zoekprofiel moet passen bij wat de bedrijfsarts heeft vastgesteld.
- Tijdigheid. Binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie, of eerder als dat aangewezen was.
- Aantoonbare activiteit. Rapportages van het bureau, sollicitatieoverzichten, gespreksverslagen. Wat niet is vastgelegd, telt niet.
- Betrokkenheid van de werkgever. Spoor 2 uitbesteden ontslaat u niet van de verantwoordelijkheid. U blijft verantwoordelijk voor de voortgang.
Wat er van de medewerker wordt verwacht
De medewerker is verplicht mee te werken aan re-integratie, en dat geldt ook voor spoor 2: afspraken nakomen, meewerken aan het traject en aangeboden passend werk aanvaarden. Weigert de medewerker zonder goede reden, dan heeft de werkgever middelen, maar leg dat wel zorgvuldig vast en vraag bij twijfel een deskundigenoordeel aan bij UWV. Ook een niet-meewerkende medewerker is geen vrijbrief om zelf stil te zitten.
De rol van de arbeidsdeskundige
De beslissing over spoor 2 hoort onderbouwd te zijn. Een arbeidsdeskundig onderzoek beantwoordt de vragen die eraan voorafgaan: is het eigen werk passend of passend te maken, en is er ander passend werk binnen de organisatie? Pas als die mogelijkheden onderbouwd zijn uitgesloten, is spoor 2 de logische vervolgrichting. Bovendien levert het onderzoek het zoekprofiel waarmee het traject kan starten, in plaats van dat het bureau dat zelf moet reconstrueren.
Zo wordt spoor 2 geen sprong in het diepe, maar een gemotiveerde stap: uit te leggen aan de medewerker, aan de organisatie én aan UWV. Loopt een dossier rond deze keuze vast of verschillen betrokkenen van inzicht, dan biedt complexe casuïstiek en regie de senior expertise om de knoop te ontwarren. Lees ook het overzicht van spoor 1, 2 en 3 en wat UWV toetst in het re-integratieverslag.
Een casus voorleggen of direct een onderzoek aanvragen? Neem contact op met AD-Consult — u ontvangt een concreet voorstel met vraagstelling, tarief en planning.