De vereenvoudigde WIA-beoordeling voor 60-plussers: hoe het werkt en tot wanneer
Stand van zaken: september 2026.
Voor oudere werknemers die het einde van de wachttijd bereiken, geldt tijdelijk een vereenvoudigde WIA-beoordeling: de zogeheten 60-plusmaatregel. De regeling verkort de doorlooptijd en haalt de uitkeringslasten bij de werkgever weg — maar hij geldt niet automatisch, en er zit een afweging aan vast. Tegelijk blijven de wachttijden voor reguliere beoordelingen een dominant praktijkprobleem.
Hoe de 60-plusmaatregel werkt
Voor werknemers die bij het einde van de wachttijd 60 jaar of ouder zijn — met een wachttijdeinde tussen 1 september 2025 en 31 augustus 2027 — voert een arbeidsdeskundige van UWV de beoordeling uit, zonder volledige inzet van een verzekeringsarts. De beoordeling gebeurt op basis van het bestaande dossier: het re-integratieverslag of de gegevens die tijdens de Ziektewet zijn verzameld. Wordt de werknemer als meer dan 35 procent arbeidsongeschikt aangemerkt, dan volgt een WGA-uitkering van 70 procent van het WIA-maandloon; verdient hij daarnaast nog, dan wordt dat inkomen verrekend.
Belangrijk: de vereenvoudigde route is niet automatisch. UWV vraagt zowel de werknemer als de (ex-)werkgever om toestemming. Zonder die instemming volgt de reguliere sociaal-medische beoordeling.
Wat het voor de werkgever betekent
Het financiële voordeel zit in de toerekening: de uitkeringslasten van een vereenvoudigde beoordeling komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en worden niet aan de individuele werkgever toegerekend. Voor publiek verzekerde werkgevers werkt dat niet door in de gedifferentieerde premie; eigenrisicodragers dragen deze last niet zelf. Daarnaast geeft de kortere doorlooptijd eerder duidelijkheid, wat de onzekerheid in het dossier verkleint.
Wat níet verandert: de werkgever blijft verantwoordelijk voor de re-integratie tijdens de twee ziektejaren. De vereenvoudigde beoordeling is een claimbeoordeling, geen vrijstelling van de poortwachterverplichtingen. Een onvolledig dossier blijft dus een risico.
De afweging: instemmen of niet?
Instemmen levert snelheid en zekerheid op. Er staat tegenover dat er geen volledige sociaal-medische beoordeling plaatsvindt: de vaststelling van de belastbaarheid en de resterende verdiencapaciteit blijft dan achterwege. Voor werknemers die nog reële mogelijkheden hebben in aangepast of ander werk, kan dat een gemiste kans zijn — en voor werkgevers die met die werknemer verder willen, ook. De vraag is dus niet alleen „sneller of niet”, maar: is er nog perspectief op werk dat we onbenut laten?
De context: oplopende achterstanden
Medio 2026 wachtten ruim 11.000 mensen langer dan zes maanden op hun WIA-beoordeling, en zonder extra maatregelen loopt dat de komende jaren verder op. UWV zet onder meer in op taakdelegatie en uniformering om de achterstand te beheersen. Of de 60-plusmaatregel na augustus 2027 wordt verlengd, is nog niet besloten.
Wat kunt u als werkgever doen?
Waar de beslissing op zich laat wachten, telt het dossier des te zwaarder: een compleet re-integratieverslag met een goed onderbouwde spoorkeuze voorkomt discussie achteraf. En ook bij een 60-plusdossier is het verstandig om vóór de aanvraag te weten wat er arbeidskundig nog mogelijk is — dat maakt de keuze om wel of niet in te stemmen een geïnformeerde keuze.
Loopt een dossier richting het einde van de wachttijd en roept het nog vragen op, dan is een dossieranalyse door een senior arbeidsdeskundige een verstandige tussenstap. Is de belastbaarheid nog onvoldoende vertaald naar concreet werk, dan geeft een arbeidsdeskundig onderzoek die vertaalslag.
Vragen over wat dit voor uw dossiers betekent? Leg uw casus voor aan AD-Consult.