Wetsvoorstel 36926: wat verandert er (nog niet) aan het tweede spoor
Stand van zaken: eind augustus 2026.
Er circuleren hardnekkige berichten dat “het tweede spoor per 2026 vervalt” of juist “verplicht wordt”. Beide kloppen niet. Wat er wél ligt: wetsvoorstel 36926, dat de re-integratieverplichtingen in het tweede ziektejaar wijzigt voor kleine en middelgrote werkgevers — en dat is nog niet aangenomen.
Wat het voorstel regelt
Kleine en middelgrote werkgevers mogen zich vanaf het tweede ziektejaar uitsluitend richten op spoor 2: re-integratie bij een andere werkgever. Dat kan langs twee routes: met schriftelijke instemming van de werknemer (met twee weken bedenktijd) óf met toestemming van UWV, dat binnen acht weken toetst of aan drie voorwaarden is voldaan. De loondoorbetalingsplicht van 104 weken en het opzegverbod blijven gewoon bestaan.
Waar staat het voorstel nu?
Het wetsvoorstel is in april 2026 ingediend bij de Tweede Kamer en is daar in behandeling; een plenair debat is nog niet gepland. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2030, mede vanwege de uitvoeringscapaciteit bij UWV, met een heroverwegingsmoment anderhalf jaar daarvoor. De Raad van State was kritisch: het voorstel zou werkgevers onvoldoende verlichting bieden.
Voor wie zou het gelden?
Alleen voor kleine en middelgrote werkgevers. De grens loopt via de loonsom: klein is minder dan 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon, middelgroot is 25 tot 100 keer. Grote werkgevers vallen er buiten en houden de huidige verplichtingen in beide sporen.
De drie voorwaarden die UWV zou toetsen
Kiest een werkgever voor de route via UWV, dan toetst UWV drie dingen:
- Is er nog sprake van arbeidsongeschiktheid? Kan de werknemer op dat moment het overeengekomen werk niet doen door ziekte of gebrek?
- Waren de re-integratie-inspanningen in het eerste ziektejaar voldoende? Daarvoor geldt dezelfde maatstaf als bij de RIV-toets.
- Is hervatting in het eigen of aangepast werk binnen dertien weken onaannemelijk? Zo ja, dan mag de focus naar spoor 2.
Let op wat die tweede voorwaarde betekent: het eerste ziektejaar wordt straks al getoetst op dezelfde manier als nu het hele traject. Wie in jaar één slordig is geweest, komt de nieuwe route dus niet in.
Wat het niet regelt
Minstens zo belangrijk is wat er blíjft staan. Het voorstel verandert niets aan de loondoorbetalingsplicht van 104 weken, niets aan het opzegverbod tijdens ziekte, en niets aan de WIA-beoordeling aan het einde van de wachttijd. Het gaat uitsluitend over de vraag waar de re-integratie-inspanningen zich in het tweede jaar op mogen richten. Precies daarom noemde de Raad van State het voorstel te beperkt: de kosten voor werkgevers veranderen er niet wezenlijk door.
Wat dit voor uw dossiers betekent
Twee dingen. Op korte termijn: niets. De beoogde datum ligt in 2030 en er is bovendien een heroverwegingsmoment ingebouwd anderhalf jaar daarvoor. Wie nu al keuzes baseert op een wet die er nog niet is, loopt risico bij de RIV-toets.
Op langere termijn: het eerste ziektejaar wordt belangrijker. Als de toegang tot de nieuwe route afhangt van de kwaliteit van jaar één, dan wordt een tijdige en onderbouwde beoordeling in dat eerste jaar geen luxe maar een voorwaarde. Een arbeidsdeskundig onderzoek rond de eerstejaarsevaluatie blijft dus de manier om de spoorkeuze te onderbouwen — onder de huidige regels én onder de nieuwe.
Vragen over wat dit voor uw dossiers betekent? Leg uw casus voor aan AD-Consult.