Werkplek met rapportage voor verzekeraar

Wordt het advies van de bedrijfsarts leidend bij de RIV-toets?

Stand van zaken: september 2026.

Het kabinet wil dat het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van een zieke werknemer leidend wordt bij de RIV-toets. Volgt de werkgever dat advies, dan kan geen loonsanctie meer volgen omdat de verzekeringsarts van UWV er medisch anders over oordeelt. Op 31 augustus 2026 is het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer, onder de naam Wet wijziging toets op re-integratie-inspanningen en WIA-voorschotregeling.

Waar staat het traject nu?

De route is lang. Na de internetconsultatie in het najaar van 2025 adviseerde de Raad van State op 20 mei 2026 kritisch — kort gezegd: niet indienen tenzij aangepast. De ministerraad stemde op 10 juli 2026 toch in met indiening, en eind augustus 2026 ging het voorstel naar de Tweede Kamer. Daarmee begint nu de parlementaire behandeling: verslag, nota naar aanleiding van het verslag, plenaire behandeling en daarna de Eerste Kamer. In de consultatieversie was 1 januari 2028 de beoogde ingangsdatum voor de RIV-maatregel en 1 januari 2027 voor de voorschotregeling. Of die data de behandeling halen, valt nu niet te zeggen.

Wat het wetsvoorstel regelt

Het voorstel bestaat uit drie onderdelen:

  • Het medisch oordeel van de bedrijfsarts wordt leidend. UWV toetst niet langer of de belastbaarheid medisch juist is ingeschat, maar gaat uit van wat de bedrijfsarts heeft vastgesteld.
  • Kwijtschelding van het WIA-voorschot. UWV krijgt een wettelijke grondslag om een voorschot op de WIA-uitkering kwijt te schelden, met duidelijke regels over de financiering. Dat speelt vooral bij mensen die lang op hun WIA-beslissing moeten wachten.
  • Technische reparaties in de Wajong, rond het beëindigen en herleven van het recht op uitkering.

Wat er níet verandert

Dit is het punt dat in de praktijk het vaakst wordt gemist: UWV blijft beoordelen of werkgever en werknemer voldoende re-integratie-inspanningen hebben verricht. Het wetsvoorstel haalt alleen het medische verschil van inzicht uit de toets. Een dossier zonder tijdig ingezet tweede spoor, zonder onderbouwing waarom passend werk ontbreekt of met een stagnerend traject kan dus nog steeds tot een loonsanctie leiden.

De kritiek van de Raad van State

Slechts een klein deel van de loonsancties draait om een medisch verschil van inzicht. De Raad van State wijst erop dat het voorstel het medische risico verschuift en de poortwachtersrol van UWV verzwakt, en beveelt in plaats daarvan een gemeenschappelijk beoordelingskader voor bedrijfsartsen en verzekeringsartsen aan. Ook vanuit de beroepsgroep is gewezen op de positie van de bedrijfsarts, die hiermee nadrukkelijker in een beoordelende rol komt te staan.

Wat betekent dit voor de arbeidsdeskundige kant?

Als de wet er komt, verschuift het zwaartepunt van de RIV-toets naar het arbeidskundige deel: zijn de juiste re-integratiestappen gezet, op het juiste moment, en zijn ze onderbouwd? Een gedegen arbeidsdeskundig onderzoek wordt daarmee eerder belangrijker dan minder belangrijk — het is straks vrijwel het enige deel van het dossier waar UWV nog inhoudelijk op kan toetsen.

Tot die tijd geldt de huidige situatie onverkort: het volgen van de bedrijfsarts beschermt u nog níet automatisch tegen een loonsanctie. Blijf werken met een actueel oordeel over de belastbaarheid, een tijdig ingezet tweede spoor en een dossier waarin elke keuze te herleiden is.

Vragen over wat dit voor uw dossiers betekent? Leg uw casus voor aan AD-Consult.