WGA-loonaanvullingsuitkering (LAU)

Begrip uit de arbeidsdeskundige praktijk — kort en feitelijk uitgelegd.

Home  •  Begrippenbank  •  WGA-loonaanvullingsuitkering (LAU)

Begrippenbank

WGA-loonaanvullingsuitkering (LAU)

Definitie

De WGA-uitkering na de loongerelateerde fase voor wie voldoende benut van zijn resterende verdiencapaciteit, berekend als aanvulling op het verdiende inkomen.

In gewone taal

Na de loongerelateerde fase hangt alles af van wat iemand verdient. Wie minstens de helft verdient van wat hij volgens de arbeidsdeskundige van UWV kan verdienen, komt in de loonaanvullingsuitkering. Het verdiende inkomen wordt dan van het WIA-maandloon afgetrokken en van het resterende bedrag wordt zeventig procent uitgekeerd.

Ook wie tachtig tot honderd procent arbeidsongeschikt is maar niet duurzaam, kan deze uitkering krijgen; dan gelden de percentages van vijfenzeventig en daarna zeventig procent van het WIA-maandloon.

Waarom het ertoe doet

Het verschil tussen de loonaanvullingsuitkering en de vervolguitkering is voor de werknemer groot: de eerste is gekoppeld aan het oude loon, de tweede aan het minimumloon. Dat verschil ontstaat door één vraag: wordt de helft van de restverdiencapaciteit benut?

Wat u er in de praktijk mee doet

  • Laat de werknemer weten welk bedrag hij minimaal moet verdienen, ruim voordat de eis gaat gelden.
  • Kijk of uitbreiding van uren of een aanvullende baan haalbaar is.
  • Betrek instrumenten als proefplaatsing, jobcoach en no-riskpolis bij het vinden van dat werk.

Verwante begrippen

← Terug naar de begrippenbank