Loonopschorting

Begrip uit de arbeidsdeskundige praktijk — kort en feitelijk uitgelegd.

Home  •  Begrippenbank  •  Loonopschorting

Begrippenbank

Loonopschorting

Definitie

Het tijdelijk stilleggen van de loonbetaling omdat de werknemer zich niet houdt aan redelijke, schriftelijk vastgelegde controlevoorschriften. Houdt hij zich er alsnog aan, dan wordt het loon met terugwerkende kracht uitbetaald.

In gewone taal

Opschorten betekent uitstellen. De werknemer verschijnt bijvoorbeeld niet bij de bedrijfsarts of is onbereikbaar, waardoor de werkgever niet kan laten beoordelen of er recht op loon bestaat. Zolang die onduidelijkheid duurt, wordt niet uitbetaald. Meldt de werknemer zich alsnog en blijkt hij arbeidsongeschikt te zijn geweest, dan volgt het loon alsnog over de hele periode.

Dat is het wezenlijke verschil met een loonstop. Bij een loonstop vervalt het recht op loon over die periode definitief. Opschorting is een prikkel om mee te werken aan de controle; een loonstop is een sanctie op het niet meewerken aan de re-integratie zelf.

Waarom het ertoe doet

De twee maatregelen worden in de praktijk voortdurend door elkaar gehaald, ook in brieven aan werknemers. Wie een loonstop aankondigt terwijl er feitelijk sprake is van opschorting, staat zwak zodra er een deskundigenoordeel of een procedure volgt.

Voor beide geldt: de werknemer moet vooraf weten wat er van hem wordt verwacht, en de maatregel moet direct en schriftelijk worden aangezegd, met de reden erbij.

Wat u er in de praktijk mee doet

  • Bepaal eerst waar het aan schort: aan de controle of aan de re-integratie. Dat bepaalt de maatregel.
  • Zeg de maatregel schriftelijk en onmiddellijk aan, met vermelding van wat de werknemer moet doen om die te beëindigen.
  • Twijfelt u of de werknemer terecht weigert, vraag dan een deskundigenoordeel aan voordat u ingrijpt.

Verwante begrippen

← Terug naar de begrippenbank