Verzuimcijfers 2026: wat zeggen ze — en wat niet?
Stand van zaken: september 2026.
Het ziekteverzuim in Nederland lag in het eerste kwartaal van 2026 op 5,8 procent — volgens het CBS hoger dan gemiddeld in de afgelopen dertig jaar — na een jaargemiddelde van 5,4 procent in 2025. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden blijkt daarnaast dat ruim een op de vijf werknemers burn-outklachten ervaart. Wat moet u met zulke cijfers?
Benchmarken is niet begrijpen
Een verzuimpercentage zegt weinig over de opbouw erachter. De verschillen zíjn groot: in de gezondheids- en welzijnszorg lag het verzuim in het eerste kwartaal op 8,2 procent, in de landbouw, bosbouw en visserij op 3,6 procent. Ook bedrijfsgrootte doet mee — 2,8 procent bij bedrijven met minder dan tien werknemers tegenover 6,8 procent bij bedrijven met honderd of meer.
Wie zijn eigen cijfer naast „het landelijk gemiddelde” legt, vergelijkt dus vaak appels met peren. En zelfs binnen de juiste sector geldt: kort en frequent verzuim vraagt om iets anders dan langdurig verzuim, en een gemiddelde verhult de verschillen tussen afdelingen, functies en leeftijdsgroepen. Wie alleen benchmarkt, weet hoe hij scoort — niet wat hij moet doen.
Langdurig verzuim bepaalt de kosten
Het is het langdurige verzuim dat loonkosten, vervangingsdruk en WIA-instroom aanjaagt. Een handvol dossiers van meer dan een half jaar weegt in geld en risico zwaarder dan tientallen griepdagen. Juist daar loont vroeg arbeidsdeskundig inzicht: rond het einde van het eerste ziektejaar hoort duidelijk te zijn welk werk nog passend is en welke spoorkeuze verdedigbaar is. Een arbeidsdeskundig onderzoek maakt dat concreet, en legt de onderbouwing vast die UWV later in het re-integratieverslag terugziet.
Vier vragen die een gemiddelde niet beantwoordt
- Welk deel van uw verzuim is langer dan zes weken — en hoeveel dossiers zijn dat?
- Zit het verzuim geconcentreerd in bepaalde functies, teams of ploegen?
- Is bij elk langdurig dossier de belastbaarheid vertaald naar concreet werk, of alleen medisch beschreven?
- Bij hoeveel dossiers is het tweede spoor bewust ingezet — of bewust onderbouwd achterwege gelaten?
Preventie telt mee in het cijfer
Een deel van het langdurige verzuim begint bij belasting die structureel niet past bij de belastbaarheid: fysieke overbelasting, of werkdruk en werkinhoud die niet houdbaar zijn. Een werkplekonderzoek brengt dat in kaart vóórdat iemand uitvalt en levert concrete aanpassingen op in plaats van een algemeen advies. In organisaties met veel gelijksoortige functies werkt één onderzoek bovendien door in meer dossiers dan alleen het onderzochte.
Ook bij dreigende uitval geldt: hoe eerder duidelijk is wat iemand nog wél kan, hoe kleiner de kans dat het dossier vastloopt. Dat is geen kwestie van sneller ingrijpen om het cijfer te drukken, maar van eerder weten wat er speelt.
Van cijfer naar dossier
Cijfers agenderen, dossiers beslissen. Organisaties die hun langdurige dossiers per casus scherp krijgen — belastbaarheid, passend werk, loonwaarde — sturen effectiever dan organisaties die op het gemiddelde sturen. Het verzuimpercentage is dan wat het hoort te zijn: een signaal om te gaan kijken, niet de conclusie.
Structureel veel dossiers? Bekijk dan samenwerken met AD-Consult.
Een dossier of uw verzuimaanpak bespreken? Neem contact op.