Begrip uit de arbeidsdeskundige praktijk — kort en feitelijk uitgelegd.
Home • Begrippenbank • Arbeidsdeskundig onderzoek
Arbeidsdeskundig onderzoek
Onafhankelijk onderzoek dat vier vragen beantwoordt: kan de werknemer het eigen werk nog doen, is het passend te maken, is er ander werk binnen de organisatie, en welke mogelijkheden zijn er daarbuiten.
In gewone taal
Een arbeidsdeskundig onderzoek beantwoordt vier vragen, in vaste volgorde. Kan de werknemer het eigen werk nog uitvoeren? Zo nee: is dat werk passend te maken met aanpassingen? Zo nee: is er ander passend werk binnen de organisatie? En zo nee: welke mogelijkheden zijn er daarbuiten — het tweede spoor?
De arbeidsdeskundige vertaalt daarvoor de belastbaarheid, zoals de bedrijfsarts die heeft vastgesteld, naar de belasting van concreet werk. Dat gebeurt op basis van gesprekken met werkgever en werknemer, functiegegevens en waar nodig een blik op de werkplek zelf.
Waarom het ertoe doet
De bedrijfsarts zegt wat iemand aankan. Wat dat betekent voor dít werk, in déze organisatie, is een andere vraag — en juist die vraag beslist over de richting van het traject. Het onderzoek levert het onderbouwde antwoord waar het plan van aanpak en de spoorkeuze op rusten.
Voor de RIV-toets is dat het verschil tussen een dossier met activiteiten en een dossier met een redenering. UWV kijkt naar het tweede.
Wat u er in de praktijk mee doet
- Zet het onderzoek in rond het einde van het eerste ziektejaar, of eerder als het traject vastloopt.
- Gebruik het als beslisinstrument vóór de eerstejaarsevaluatie, niet als verantwoording achteraf.
- Zorg dat er een actueel oordeel over de belastbaarheid ligt — zonder dat blijft het onderzoek gissen.
Verwante begrippen
Verder lezen: Wanneer is een arbeidsdeskundig onderzoek nodig? of bekijk de dienst.